11 min lezen

De moslims van Brazilië in de jaren 1860

‘Abd ar-Rahman al-Baghdadi en zijn da’wah in Brazilië – deel II

28 november 2025

Auteur: Kasım Tekin

Dit artikel is het tweede deel in een reeks over het reisverhaal van de Ottomaanse imam ‘Abd ar-Rahman Al-Baghdadi in Brazilië. In 1866 kwam Al-Baghdadi geheel onbedoeld aan in Brazilië, waar hij tot zijn grote verbazing moslims tegenkwam. Deze nakomelingen van tot slaaf gemaakte Afrikanen leefden onder zware omstandigheden en waren onwetend over hun religie. Op hun verzoek besloot ‘Abd ar-Rahman Efendi in Brazilië te blijven om hen te onderwijzen. Dit artikel vat samen wat hij daar drie jaar lang heef meegemaakt.

Opmerking: Om dit verhaal beter te begrijpen, raad ik je aan eerst het eerste deel te lezen, getiteld: Koranverkopers in Rio de Janeiro?! ‘Abd ar-Rahman al-Baghdadis avontuur in Brazilië.

Het kennisniveau van de moslims
Toen ‘Abd ar-Rahman al-Baghdadi had besloten om te blijven, vertrok hij met de Braziliaanse moslims per trein naar een gebied buiten de stad Rio de Janeiro. Ook de eerdergenoemde vertaler ging mee. Ondertussen begon de imam meteen met het leren van Portugees. Hij wilde de meest gebruikte woorden leren die hij nodig zou hebben om zich verstaanbaar te maken. Al-Baghdadi schreef daarover: ‘Omdat er niemand was met wie ik in mijn eigen taal kon spreken, heb ik deze taal in korte tijd geleerd, genoeg om mijn bedoelingen te kunnen uitdrukken.’

Vanaf hier laat ik de imam graag even zelf aan het woord:

‘Ik trok in het huis dat voor mij was voorbereid. Al snel verzamelde zich om mij heen een groep van bijna vijfhonderd mensen. Daarom begon ik op verschillende momenten van de dag meerdere keren les te geven. Onder hen was er niemand die verder kon lezen dan djuz-‘Amma [red. de laatste twintig pagina’s] van de Koran. Degenen die dat deel kenden behoorden tot de vooraanstaande personen. Zij kregen de titel “Fa”, wat ‘grote geleerde’ betekent.

Hun taal was bijzonder zwaar van klank, waardoor zij de Arabische letters niet goed konden uitspreken. Onderling gebruikten zij het Latijnse (Europese) alfabet, waarin de letters tha (ث), ḥa (ح), gha (خ), dhaal (ذ), ṣād (ص), ḍād (ض), dhā (ظ), ʿayn (ع), ghayn (غ) en haʾ (ه) niet voorkwamen.

Zij kochten en verkochten exemplaren van de Koran tegen buitengewoon hoge prijzen, maar niet om eruit te leren lezen of studeren. Zij bewaarden de Koran enkel in kisten als een manier om zegeningen of geluk te ontvangen.

Ik begon de jongeren te onderwijzen, vooral degenen die van nature leergierig waren. Om de grondbeginselen van de islam te onderwijzen, hield ik elke middag een algemene bijeenkomst. Jong en oud leerden de overleveringen over de vijf dagelijkse gebeden uit het hoofd.

Daarnaast stelde ik een klein boekje samen in het Portugees, maar geschreven in Arabisch schrift. Daarin beschreef ik, voor zover mijn kennis reikte, de eigenschappen van God, de profeten (vrede zij met hen allen), de wassing (wuduʾ), het gebed, het vasten, de bedevaart en de armenbelasting (zakat), en ik voegde er enkele raadgevingen aan toe. Het merendeel van mijn leerlingen leerde dit boekje uit het hoofd en paste de inhoud ook daadwerkelijk toe.’[1]

Een fragment uit de Koran (soerah Al-Qadr) geschreven door moslims in Salvador, in de provincie Bahia. Dit fragment werd door de politie geconfisqueerd na de grote slavenopstand van 1835.[2]

20 goudstukken om te bekeren tot de islam?!
Op een dag hadden de moslims een nieuw persoon meegenomen. Ze zeiden dat de man al lange tijd moslim wilde worden, maar er telkens het geld niet voor had. Na lang te hebben gespaard had hij eindelijk de nodige goudstukken verzameld. ‘Abd ar-Rahman Efendi was verbaasd. Hij vroeg waar het goud voor was. De moslims vertelden hem dat het gebruikelijk was dat, als iemand zich wilde bekeren tot de islam, hij of zij een flinke som geld moest betalen aan een leider binnen de gemeenschap als blijk van oprechtheid. In ruil daarvoor zou de bekeerling dan een bekeringscertificaat ontvangen. Ook vertelden ze dat de vertaler die de imam bij zich had, hetzelfde deed en nooit ook maar een cent minder accepteerde dan twintig goudstukken. De vertaler zou hen hebben verteld dat de Profeet ﷺ het zo had gewild.

De geschrokken imam nam de shahadah (geloofsgetuigenis) af bij de persoon en accepteerde geen cent, waarna hij meteen een grote bijeenkomst organiseerde om de mensen duidelijk te maken dat het ten strengste haram is om het bekeren tot de islam geld te laten kosten. Na zijn verduidelijking zou de gemeenschap zijn uitgegroeid tot wel negenduizend mannen en vrouwen. Vooral de onderlinge saamhorigheid zou een grote aantrekkingskracht hebben gehad op niet-moslims. Degenen die zich vanuit het christendom bekeerden, zouden de middag- en namiddaggebeden in het geheim in hun huizen hebben verricht.

De Koranverkopers
Al-Baghdadi schrijft: ‘Op een dag, terwijl ik door de stad liep, stuitte ik op een boekhandel. Ik ging naar binnen om te informeren naar enkele benodigde boeken. Daar zag ik een exemplaar van de Koran, gedrukt in Frankrijk met Latijnse letters. Toen ik het doornam en merkte dat het zonder fouten was, vroeg ik de boekhandelaar om er een groot aantal van te bestellen. De prijs bedroeg één Franse gouden munt per exemplaar. Enige tijd later arriveerden de boeken, en de moslims kochten ze allemaal tegen de genoemde prijs.’[3]

Deze, voor velen onbekende, anekdote vormt een belangrijk historisch puzzelstukje waarmee een bekendere anekdote in context kan worden geplaatst. In dit stukje vertelt ‘Abd ar-Rahman Efendi namelijk hoe hij hoogstpersoonlijk in gang zette dat de boekhandel niet meer één, maar tal van exemplaren inkocht en weer doorverkocht aan de plaatselijke bevolking. Dat resultaat wordt bevestigd in de bekendere bron, namelijk die van de Franse diplomaat en rassentheoreticus Arthur de Gobineau.

Hij schreef namelijk enkele jaren later, in 1869 – het jaar waarin de imam Brazilië weer verliet om terug te keren naar huis – dat er Korans werden ‘verkocht in Rio door de Franse boekhandelaren Fauchon en Dupont, die exemplaren uit Europa importeren en ze verkopen voor 15 tot 25 milréis, of 36 tot 40 frank. Slaven, die duidelijk zeer arm zijn, zijn bereid de grootste offers te brengen om dit boek te verkrijgen. Ze maken schulden om het te kunnen kopen en doen er soms een jaar over om de boekhandelaar terug te betalen. Ongeveer honderd exemplaren van de Koran worden elk jaar verkocht.’[4]

Hij observeerde ook dat deze moslims, van wie de meesten officieel gedoopt waren en hun échte religie geheimhielden, intensief genoeg Arabisch studeerden om de Koran ‘op zijn minst ongeveer’ te kunnen verstaan.[5] Een heel verschil dus met wat sheikh ‘Abd ar-Rahman drie jaar eerder aantrof voordat hij aan zijn da’wah begon.

Prent met diverse tekeningen van slaven en vrije Afro-Brazilianen, zoals geobserveerd door Jean-Baptiste Debret en getekend in 1835, het jaar van de grote Bahia-opstand van moslimslaven in Salvador. Uit: Debret, Esclaves nègres, de différentes nations (“Zwarte slaven, afkomstig uit verschillende volkeren”). Bron: Biblioteca Nacional (Brasil), via Brasilianaiconografica.art.br.

De bedrieglijke vertaler
In het eerste deel van dit artikel merkte ik al op dat sheikh ‘Abd ar-Rahman er niet helemaal op vertrouwde dat zijn woorden goed werden uitgelegd. Hij had namelijk het idee dat iemand de moslims opzettelijk rituelen leerde die heel vreemd waren aan de islam. Ook merkte hij dat zijn opdrachten verkeerd werden vertaald. Toen hij in zeer korte tijd zelf Portugees had geleerd, merkte hij verbetering.

Hij riep zijn vertaler ter verantwoording en vroeg hem opnieuw wat zijn religie echt was. Eerder had de tolk namelijk beweerd moslim te zijn. Dit keer vertelde hij een ander verhaal. Wegens de gevoeligheid van dit onderwerp geven we het woord aan Al-Baghdadi zelf: ‘De tolk waarover ik hierboven sprak, was oorspronkelijk afkomstig uit de Maghrib [red. Marokko], uit de stad Tanger. Doordat hij daar nauw contact had gehad met moslims, had hij enige kennis van de Koran opgedaan. Toen hij in dit land [red. Brazilië] aankwam, veranderde hij zijn naam in Ahmed. De plaatselijke moslims, die hem vanwege zijn Maghrebijnse kleding, zijn wat donkere huidskleur en zijn kennis van de Portugese taal als een moslim beschouwden, toonden hem groot respect.

Alles wat deze man onderwees in naam van de islam, behalve het slachten van offerdieren en de besnijdenis van kinderen, was echter in strijd met de islamitische wet. Na verloop van tijd vroeg ik hem opnieuw tot welk geloof hij eigenlijk behoorde. Ditmaal bekende hij zonder aarzeling dat hij joods was. Bovendien gaf hij toe dat hij al zijn daden uit vijandigheid jegens de islam had verricht, en om er persoonlijk voordeel uit te halen.’[6]

Toen de Braziliaanse moslims hierachter kwamen, vroegen ze sheikh ‘Abd ar-Rahman wat ze met hem moesten doen. De sheikh antwoordde dat ze zijn zaak moesten overlaten aan ‘de Almachtige’ en ‘zij volgden dit advies op en lieten de man gaan.’[7]

Andere vreemde gebruiken
In zijn memoires schrijft de Ottomaanse imam over allerlei vreemde gebruiken die de moslims erop nahielden. Sommige van die gebruiken werden echt toegeschreven aan de islam, andere waren overgenomen van niet-islamitische lotgenoten die verschillende natuurgodsdiensten volgden, en weer andere vloeiden voort uit onwetendheid.

Zo schoren de moslims van Rio consequent hun snorren. Wie dat niet deed, werd als kafir (ongelovige) beschouwd en werd niet begroet met de salaam. Tabak zagen ze als haram, maar alcohol was geen probleem. Toen de imam ooit werd uitgenodigd om bij een stamhoofd thuis te eten, legde hij de man uit dat alcohol consumeren strikt verboden is. Het stamhoofd was meteen overtuigd en nam zijn mensen daarin mee. Volgens Al-Baghdadi toonde iedereen direct berouw en stopten ze met drinken, maar sommigen begonnen daardoor wel te roken.

Ook in de maand ramadan zag hij vreemde gebruiken. Zo spuugden de moslims hun speeksel uit in daarvoor bedoelde bekers omdat ze dat niet zouden mogen doorslikken. Overdag raakten ze hun vrouwen helemaal niet aan; ze spraken zelfs niet met hen. Vasten deden ze tot het ‘ishaa-gebed laat in de avond, in plaats van tot zonsondergang. Verder zouden ze meer hebben gevast in de maand sha’baan dan in ramadan. O, en vrouwen vastten helemaal niet, aldus de imam.

Zogeheten quitandeiras, circa 1860–1875. Quitandeiras waren Afrikaanse en Afro-Braziliaanse vrouwen, zowel tot slaaf gemaakte als vrije, die in de 19e eeuw voedsel verkochten in Brazilië. Bron: Marc Ferrez – Ims.com.br.

Salvador
In Salvador, in de provincie Bahia, waar historisch gezien altijd een veel hoger percentage moslims leefde dan elders, zag hij weer andere vreemde gebruiken. Daar waren meer moslims, maar zij waren minder bereid om te leren over de islam, aldus Al-Baghdadi. Voordat iemand trouwde, woonde hij eerst voor een bepaalde periode met een vrouw samen om haar loyaliteit, betrouwbaarheid en gehoorzaamheid te testen. Dat duurde tot ze haar eerste kind baarde. Als hij dan tevreden met haar was, huwde hij haar; anders stuurde hij haar met haar kind naar haar ouders.

‘Abd ar-Rahman Efendi deed zijn best om deze gebruiken zo actief mogelijk tegen te gaan. Hij sloot er huwelijken af, gaf preken en lessen en probeerde, ondanks alle druk van de overheid, de moslims zoveel mogelijk te laten samenkomen om de islam te praktiseren. Soms ging dat heel goed. Zo was er in datzelfde Salvador bijvoorbeeld veel interesse in het samenkomen met de imam voor de tarawieḥ-gebeden die hij leidde in de nachten van ramadan. Maar op een gegeven moment werd het ‘Abd ar-Rahman Efendi duidelijk dat hij deze taak niet alleen kon dragen. De sociaal-maatschappelijke situatie van die tijd was gewoonweg veel te ongunstig.

Als eenling zonder middelen was het vrijwel onmogelijk om werkelijk invloed uit te oefenen op de samenleving zoals die in het Brazilië van toen bestond. Bovendien onderdrukte het Braziliaanse bestuur de moslims zwaar en werkte het de islam actief tegen. In het volgende artikel, dat tevens het laatste is in deze reeks, zal ik beschrijven hoe sheikh ‘Abd ar-Rahman de erbarmelijke situatie van slaven verklaarde en hoe dit hem uiteindelijk uitputte, ondanks zijn wil om iedereen te vertellen over de islam. Ook zal ik de reeks afsluiten met een korte reflectie op zijn verhaal en op de inzichten die het kan bieden aan eenentwintigste-eeuwse moslims in het Westen.

Lees: Katholieke repressie in Brazilië‘Abd ar-Rahman al-Baghdadi over het afzwakken van de islam onder moslimslaven – deel III


[1] Bağdatlı Abdurrahman Efendi, ‘Brezilya’da İlk Müslümanlar (Brezilya Seyahatnâmesi)’ Vert. Antepli Mehmed Şerif (İstanbul: Diyanet İşleri Başkanlığı Yayınları, 2017 – 3e druk), p. 27.
[2] João José Reis, “Os malês segundo ‘Abd al-Raḥmān al-Baghdādī, um imã otomano no Brasil oitocentista / The Malês According to ‘Abd al-Raḥmān al-Baghdādī, an Ottoman Imam in Nineteenth-Century Brazil,” Revista Brasileira de História 43, no. 93 (Mei–Augustus 2023).
[3] Bağdatlı Abdurrahman Efendi, Brezilya’da İlk Müslümanlar, p. 30.
[4] Sylviane A. Diouf, Servants of Allah: African Muslims Enslaved in the Americas, 2nd ed. (New York: New York University Press, 2013) p. 167.
[5] Diouf, Servants of Allah, p. 78.
[6] Bağdatlı Abdurrahman Efendi, Brezilya’da İlk Müslümanlar, p. 32.
[7] Idem.

Delen

Ook de moeite waard

11 min lezen
De islam bereikte Afrika voordat Medina überhaupt bestond

Kasım Tekin

5 min lezen
Een Ottomaanse imam over het Tanger van 1869

Kasım Tekin

12 min lezen
Katholieke repressie in Brazilië

Kasım Tekin

13 min lezen
Koranverkopers in Rio de Janeiro?!

Kasım Tekin