Inleiding

Tussen de nieuwsbulletins in de IJmuider Courant van 10 april 1926 staat een interessante beschouwing van de destijds actuele Rif-oorlogen. Tussen 1920 en 1927 kwamen Berberstammen om en rond het Rifgebergte in opstand tegen de koloniale troepen van Spanje en Frankrijk. Uit het artikel van de IJmuider Courant is op te maken dat de Zweedse ontdekkingsreiziger en wereldkenner Sven Anders Hedin (1865 – 1952) zich destijds heeft uitgelaten over de kwestie in de Rif. In zijn uitlatingen opent hij de aanval op de koloniale troepen en hun Europese partners. Hij rechtvaardigt de strijd van de ‘Rif-kabielen’ en heeft bewondering voor hun prestaties en doorzettingsvermogen. De redactie van de IJmuider Courant vatte zijn artikel als volgt samen…

Details van de bron:

IJMUIDER COURANT – ORGAAN VOOR DE GEMEENTE VELSEN
Uitgave: 10 april 1926
Pagina: 6
Online archief: Krantenviewer van het Noord–Hollands Archief – www.nha.courant.nu
Exacte vindplaats: http://nha.courant.nu/issue/IJC/1926-04-10/edition/0/page/6?query=abdelkrim [geraadpleegd op 24-12-2017]

Opmerkingen bij het lezen:
1. Het artikel is modern geschreven en aangenaam te lezen voor iemand uit onze tijd. Wel verschillen sommige woorden in spelling. 
2. Het woord Rif-kabilen wordt op enkele plaatsen geschreven als Rif-kabielen. Hoewel dit waarschijnlijk een redactionele fout is geweest is dit wél op die manier overgenomen zodat onderstaande tekst precies overeenkomt met de manier waarop de bron destijds is gepubliceerd.
3. In de eerste alinea van het krantenartikel vallen enkele woorden weg, waardoor het woord ‘eigen’ ook ‘open’ zou kunnen betekenen [in het artikel is dit geschreven als eigen/open] en een ander woord onduidelijk is [in het artikel geschreven als (…)n?]. 


Het Artikel

Sven Hedin over den oorlog in Marokko

De beroemde Zweedsche wereldreiziger en kenner Sven Hedin, die met eigen/open oogen maar ook met zijn hart open vele vreemde landen heeft bezocht en vele vreemde volkeren heeft leeren kennen, heeft het warm opgenomen voor de Rifkabilen en zijn fellen toorn geuit tegen Franschen en Spanjaaarden, die dit volk voor de keuze zetten, zich te onderwerpen of uitgeroeid te worden (…)n? tegen de Christenheid, die zich tegen het onrecht niet verzet en zelfs hoopt op de nederlaag van dit Afrikaansche volk, dat niet het Evangelie maar den Islam belijdt.

Sven Hedin herinnert aan de leuzen en beloften, tijdens en na den wereldoorlog geuit: ,,Wij zweren aller te doen, om in de toekomst alle oorlogen onmogelijk te maken!’’

Maar de staten, die deze Vredesboodschap verkondigden, zijn thans bezig een volk klein of dood te maken, dat niets anders begeert, dan zichzelf te mogen zijn. Een klein vrijheidslievend volk van een miljoen zielen, afstammelingen van Arabieren, Mooren en Berbers, die ongestoord en vrij hun land Er-Rif willen bewonen. Eeuwenlang woont het daar in zijn in de bergen gelegen dorpen. Zij eischen onafhankelijkheid, vrijheid, gerechtigheid, zelfbeschikkingsrecht, alle idealen, in den wereldoorlog aan de zwakkere naties beloofd. Zij hebben hun dalen en dorpen en kudden lief en vechten daarvoor onder Abd-el-Krim als leeuwen tegen twee christelijke mogendheden. En Europa blijft onbewogen bij den heldhaftigen doodstrijd van dit kleine Afrikaansche volk. Een oorlog is maar een bagatel. Er-Rif is een soort jacht-terrein, waarin buitenstaanders, die neutraal moesten zijn, kunnen avonturieren, om zich in schieten te oefenen. Sven Hedin doelt hier op de vliegers, die uit andere landen zijn gekomen om de Fransche en Spaansche troepen te helpen.

Tweehonderdduizend Europeesche soldaten staan thans tegen de Rifkabilen. Veldartillerie en zware kanonnen, pantserwagens en tanks worden op dit volk losgelaten. Zwermen vliegtuigen zijn over Er-Rif losgelaten. Zwarte vleermuizen uit het Rijk der Schaduwen noemt Sven Hedin ze. Een regen van bommen, verwoestende ontploffingsmiddelen, giftige gassen vernietigen vreedzame dorpen. Er wordt ook tegen vrouwen en kinderen strijd gevoerd. Wanhopige kreten stijgen op uit de door vliegtuigen verwoeste dorpen. Hun ruïnen zijn bedekt met verminkte en verbloedende slachtoffers. Geen geneeskundige hulp, geen verpleegster, geen ambulance!

De Rifkabielen hebben hetzelfde recht als andere volken, om veilig te leven in hun dorpen, die sinds onheugelijke tijden door hun vaderen bewoond zijn. En toch terwijl dit kleine volk aan de grenzen van Europa zijn hopeloozen strijd voert, vinden de vredes-apostelen van Europa alles in orde en blijven ze stokdoof voor de stemmen van humaniteit, beschaving en barmhartigheid.

Coolidge heeft de Amerikaansche vliegers verboden aan den strijd tegen de Rifkabilen deel te nemen. Verder bekommert zich niemand in de wereld om den nood en het onrecht, waaronder dit kleinde maar dappere volk lijdt. Het is verwonderlijk, dat het nog zoolang stand heeft weten te houden. Men leest in den laatsten tijd zelfs weer van aanvallen, door Abd-el-Krim ondernomen. Ook zijn er weer vredesgeruchten. Een vrede van onderwerping zullen de Kabielen echter zeker niet willen sluiten. Zij verkiezen den dood boven de slavernij. En terwijl Europeesche staten in een vreemd wereldddeel weer groot onrecht doen, wordt daarmee de kloof tusschen Westen en Oosten weer dieper en grooter en maakt Europa het er naar, dat het Oosten ontwaakt en de vreemdelingen haat en tegen hen in opstand komt. Wie wind zaait, zal storm oogsten.

 


Het krantenartikel [linkerkolom]