Islamitische kunst: Nederland verbonden met de islamitische wereld
Rubriek: Kunstgeschiedenis

Door: Anissa Foukalne

Nederland beschikt over een rijk en divers landschap aan openbare kunstverzamelingen. Een wat onbekender terrein voor het grote publiek is die van de islamitische kunstcollecties, die sinds het einde van de negentiende eeuw zichtbaar aanwezig zijn in verschillende musea. In dit artikel introduceer ik enkele islamitische kunstobjecten die in Nederland worden tentoongesteld, met als doel deze bekender te maken bij het grote publiek.

In de jaren 60 van de vorige eeuw kwamen de eerste gastarbeiders uit Turkije en Marokko. Zij brachten hun tradities en geloofsovertuigingen mee naar Nederland. Tegenwoordig woont er in ons land bijna een miljoen moslims. Allen afkomstig uit verschillende delen van de islamitische wereld. Sommige delen – denk aan Iran, Indonesië en Marokko – zijn al eeuwenlang verbonden met Nederland en hebben dan ook hun sporen achtergelaten in onze samenleving. Algemene historische feiten kunnen dit verduidelijken, maar ik heb gekozen om aan de hand van drie objecten uit Nederlandse musea de verbondenheid van Nederland met de islamitische wereld te bespreken.

Islamitische kunst in Nederland
De benaming ‘islamitisch’ legt al snel de link met de islam. Hierdoor wordt vaak gedacht dat islamitische kunst alleen maar een religieuze inhoud en functie heeft. Maar objecten als een manuscript met heldenverhalen of een kom met florale motieven maken duidelijk dat wereldlijke en religieuze kunst samengaan in de islamitische kunstgeschiedenis. De term islamitisch verwijst in dit geval naar het cultuurgebied waar de islam als religie een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven. De klassieke omschrijving van islamitische kunstgeschiedenis – gecreëerd door oriëntalisten in de late negentiende- en begin twintigste eeuw – is dat het gaat over kunst uit een aaneengesloten regio die zich uitstrekt van Spanje tot India en afkomstig is uit de periode van het ontstaan van de islam (in de zevende eeuw), tot en met de achttiende eeuw.[1] De afgelopen jaren hebben specialisten en instellingen discussies gevoerd over de aanpassing van deze omschrijving. Het uitsluiten van landen zoals Indonesië en Mali [2] en islamitische kunst en architectuur van na 1800, wordt door de toenemende globalisering niet meer gepast gevonden. Ook ik houd me aan de nieuwere definiëring van islamitische kunst en architectuur.

Nederland beschikt over een rijk en divers landschap aan openbare kunstverzamelingen. Een wat onbekender terrein voor het grote publiek is die van de islamitische kunstcollecties, die sinds het einde van de negentiende eeuw worden onderzocht en zichtbaar aanwezig zijn in verschillende musea. Recente tentoonstellingen zijn Heilig Schrift en Perzen, dichters en krijgers geweest. De eerste vond plaats in Museum Catherijneconvent te Utrecht, de tweede in het Rotterdamse Wereldmuseum.[3]
Vaste opstellingen zijn ook te vinden, maar niet in grote getale. Van de hieronder te bespreken objecten zijn twee op zaal te bewonderen, namelijk de magnetische Ka’ba en het Siciliaans bekken.

Siciliaans bekken
In één van de middeleeuwse zalen van het Rijksmuseum is een veertiende-eeuws Siciliaans bekken te vinden. Het is vervaardigd uit messing en rijk versierd met onder andere wapenschilden en kalligrafische teksten in het Arabisch en het Latijn. Uit de geschriften hebben kunsthistorici Dr. Luit Mols en Dr. Jan de Hond kunnen opmaken dat het bekken is gemaakt in opdracht van Elizabeth van Karinthië (ca. 1300-1350). Zij was koningin van Sicilië tussen ca. 1323 en 1350 middels haar huwelijk met Peter II van Aragon, koning van Sicilië.[4] Het bekken wordt ‘Siciliaans’ genoemd, maar is eigenlijk afkomstig uit het huidige Syrië of Egypte. Beide landen behoorden in de veertiende eeuw tot het Mamlukse rijk, waar bekkens zoals die van het Rijksmuseum werden vervaardigd voor de Europese markt. Naar gelang de smaak en wensen van de opdrachtgevers uit landen zoals Italië en Frankrijk ontwikkelden Mamlukse edelsmidlieden gedurende de veertiende en vijftiende eeuw een canon aan (verguld) metaalwerk met artistieke elementen uit het Midden-Oosten en Europa.[5]

Bekken met het wapenschild van Elisabeth van Karinthië, ca. 1322 – ca. 1350, h 19,6 cm x d (bovenrand) 46,8 cm x d (bodem) 35 cm, Rijksmuseum, Amsterdam, (BK-NM-7474)

Het bekken is sinds het einde van de negentiende eeuw in bezit van de collectie van het Rijksmuseum via het Kabinet van Zeldzaamheden.[6] Mogelijkerwijs is het tijdens de Wereldtentoonstelling in Amsterdam van 1883 verworven. In de laatste decennia van de negentiende eeuw (tijdens de gloriedagen van het oriëntalisme) waren ‘exotische’ objecten erg in trek tijdens dergelijke tentoonstellingen in Europa. Al eeuwenlang versterkten handelsrelaties en diplomatieke samenwerking met landen als Turkije, Iran en Indonesië de interesse in andere culturen onder de Nederlandse burgerij.

Lusterkom in Leeuwarden
In 2011 ontving het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden een 12e-eeuwse lusterkom als schenking van Hillegonda Janssen. Zij is verzamelaar van objecten uit het islamitisch cultuurgebied en heeft de afgelopen jaren ruim 350 stukken geschonken aan het Friese museum. Haar collectie is van grote toegevoegde waarde voor de verzameling islamitisch keramiek die het Princessehof samen met de Ottema Kingma Stichting bezit.
De kom van Janssen is aan de buitenkant versierd met kalligrafie. Aan de binnenkant zijn drie zittende vrouwenfiguren te zien die een vogel omringen.[7]

Kom met lusterglazuur, ca. 1170-1200, h 10 cm x d 23 cm, Keramiekmuseum Princessehof, Leeuwarden

De gebruikte techniek voor de decoratie is goudluster, dat met zilver en tinoxide is vervaardigd.[8] Om de juiste kleurintenties te creëren waren meerdere bakprocessen nodig, telkens met nauwkeurige temperaturen. De wetenschap dat er in de 12e eeuw geen moderne thermometers waren doet inzien hoe moeilijk de lustertechniek moet zijn geweest. Het was een geliefde manier van versieren omdat het goedkoper was dan edelmetalen. Het is dan ook geen verrassing dat de techniek zich van Iran tot in Europa heeft verspreid.
Het hebben van lusterkommen, zoals die van het Princessehof, in Nederlandse collecties is een grote meerwaarde om te begrijpen hoe artistieke uitwisselingen vroeger plaatsvonden. Het toont ook dat verre werelddelen al vóór de moderne globalisering met elkaar in contact waren.

Magnetische Ka’ba
Zoals eerder aangegeven beschouw ik ook kunstwerken van deze eeuw vervaardigd door een kunstenaar uit een islamitisch land als islamitische kunst. Vandaar dat Magnetisme (2013) van de in Saudi-Arabië geboren kunstenaar Ahmed Mater in dit artikel is opgenomen. De installatie[8] bestaat uit tienduizenden stukjes ijzervijlsel die binnen het magnetisch veld zijn gebracht van twee magneten. De enige zichtbare is een centraal geplaatste zwarte kubus, die de Ka’ba moet voorstellen. De delen ijzervijlsel doen denken aan de duizenden pelgrims die rondom de Ka’ba lopen tijdens één van de hadj rituelen (de tawaaf).[9]
Magnetisme is te zien in het Rijksmuseum Volkenkunde te Leiden, in de langdurige opstelling Bedevaart naar Mekka, wat een bescheiden versie is van de tentoonstelling Verlangen naar Mekka. Deze vond plaats tussen 26 september 2013 en 9 maart 2014 en behandelde de hadj naar Mekka vanuit het perspectief van de bedevaartganger.

Magnetisme, Ahmed Mater, 2013, Rijksmuseum Volkenkunde, Leiden

De eenvoudige voorstelling van de tawaaf door de installatie van Mater is herkenbaar voor iedereen die ooit een afbeelding van de Ka’ba gezien heeft of tijdens de hadj in Mekka is geweest. Met een gemeenschap van bijna 1 miljoen moslims is de door Magnetisme opgeroepen referentie een wijdverspreide beeldtaal onder de Nederlandse bevolking.

Tot slot
Het Siciliaans bekken, de lusterkom en Magnetisme zijn kunstuitingen uit verschillende landen en tijden. Wat ze gemeenschappelijk hebben is hun verbondenheid met Nederland en hoe hun verhalen de eeuwenlange relaties van de Lage Landen met de rest van de wereld toelichten: de geschiedenis van onze multiculturele samenleving.

 

Over de schrijfster
Anissa Foukalne (geb. 1991, Agadir) studeerde kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit en de Universiteit van Granada. Ze is gespecialiseerd in islamitische kunst en architectuur, met name op gebied van de artistieke relaties tussen Marokko en Spanje ten tijde van Andalusië. Als zelfstandig ondernemer werkt ze aan onderzoeksprojecten en adviseert ze bij de organisatie van educatieve (culturele) programma’s en tentoonstellingen gerelateerd aan de islamitische wereld.


[1] Deze omschrijving van islamitische kunstgeschiedenis werd tot in de late jaren van de twintigste eeuw aangehouden. Verder werd de periode 1600-1800 pas in de tweede helft van de twintigste eeuw daadwerkelijk toegevoegd aan de canon.
[2] Objecten uit deze landen zijn in Nederland wel verzameld, maar niet onder het mom van islamitische kunst.
[3] Heilig Schrift was een tentoonstelling over de heilige boeken van de drie monotheïstische geloven en Perzen, dichters en krijgers was een tentoonstelling over de Iraanse collectie van het Wereldmuseum.
[4] Jan de Hond en Luitgard Mols, ‘A Mamluk Basin for a Sicilian Queen’, The Rijksmuseum Bulletin, vol. 59, nr. 1, (2011) 8.
[5] Voor meer informatie over het bekken is het Rijksmuseum artikel via Jstor te raadplegen: http://www.jstor.org/stable/23074620?seq=1#page_scan_tab_contents. De website van het Rijksmuseum is ook een aanrader: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.15231
[6] De collectie van deze instelling is opgenomen in die van het Rijksmuseum sinds de opening in 1885.
[7] Piet Augustijn (ed.), ‘Kort Nieuws’, Keramiek, nr. 3, (2011) 16.
[8] Ibidem.
[9] Een installatie is een ruimtelijk beeld dat uit meerdere (afzonderlijke) elementen bestaat.
[10] https://www.ahmedmater.com/magnetism (laatst geraadpleegd op 7 november 2017).