De mensen van Jemen en het gebruik van qat
De memoires van een Ottomaanse soldaat

 

In dit fragmentje volgt een korte vertaling uit de memoires van Mustafa Hami, een Ottomaanse dokter in Jemen. Hij beschrijft erin het gebruik van een eigenaardige plant: qat. Maar eerst wat achtergrondinformatie over de bron.

Over de schrijver en zijn memoires
Mustafa Hami was een jonge Ottomaanse dokter die na het behalen van zijn medische studie in Istanbul naar de Hidjaz (het westelijke deel van het Arabische schiereiland) vertrok om er aan de slag te gaan als militair arts. In 1848 ging hij mee met een militaire expeditie naar Jemen. Als onderdeel van de marine eenheid van Tevfik Paşa schreef hij zijn memoires getiteld Sevkü’l-askeri’l-cedîd der-ahd-i Sultân Mecîd. De memoires zijn van grote toegevoegde waarde gezien de schaarste aan informatie over de betreffende periode en militaire expedities in het gebied.

Over de bron
De handgeschreven memoires van dokter Mustafa Hami zijn te vinden in de Preussische Staatsmuseum in Berlijn. Het is geschreven in het Ottomaanse Rika handschrift en bestaar uit 75 pagina’s en wel 27 zelfgetekende afbeeldingen! In het werk schrijft Hami over zijn geografische waarnemingen in Jemen, over de flora en fauna die hij tegenkomt, over de mensen en hun gebruiken en de architectuur van het land. Van de 27 tekeningen zijn er 18 waarin de stad, de haven, tombes en graven, waterputten en soortgelijke bezienswaardigheden worden afgebeeld. Daarnaast zijn er nog twee landkaarten en drie plantensoorten afgebeeld.

In het onderstaande boek (2017) is te vinden: het originele handschrift, de tekeningen (in kleur!), de fonetische tekst (in het Ottomaans en de vertaling naar het moderne Turks. Ook is het boek voorzien van vele voetnoten.


Boekgegevens: Turks/Engels

YEMEN 1849 Osmanlı Harekatı Günlüğü
Giriş, Metin, Tıpkıbasım, Çeviriyazı ve Sadeleştirme
YEMEN 1849 Diary of Ottoman Expedition
Introduction, text, transcription and translation into modern Turkish

Yazar/Author: MUSTAFA HAMI
Title: Sevkü’l-askeri’l-cedîd der-ahd-i Sultân Mecîd

Edited by /Yayına hazırlayan: Mehmet Tütüncü
Translation / Sadeleştirme: Cihan Okuyucu
English Introduction/ İngilizce Giriş: Klaus Kreiser
Kapak tasarım ve mizanpaj:  Omer Erdem
ISBN 978-90-6921-011-7
CORPUS OF TURKISH ISLAMIC INSCRIPTIONS nr.8
TÜRK İSLAM KİTABELERİ DİZİSİ no:8
© Copyright 2017, SOTA, 354 sayfa / Resmler renkli baskili.


Over de kruid die men ‘qat’ noemt

89. Het volk van Hudaydah zijn tot de middaguren (tot het middaggebed) in de stad om hun zaken te doen. Wanneer de hevige hitte aanbreekt komen ze samen met hun naasten (ahbablar). Ze kletsen er wat bij en kauwen (ieders) zo’n drie tot vier bundels weg van een kruid die hier de qat(gat)-plant wordt genoemd [alsof het kauwgom is]. Wanneer een van hen ergens heen moet voor iets belangrijks neemt hij een paar bundeltjes van die qat-plant onder zijn arm om er tijdens het lopen op te kauwen. Omdat de mensen van dit land aan deze kruid verslaafd

90. zijn, zijn ze wanneer ze een dag geen qat hebben als verslaafden helemaal de weg kwijt. Deze kruid wordt iedere dag geplukt op een berg, zo’n acht tot tien uur hiervandaan [van Hudaydah], en wordt vervolgens naar de stad gedragen waar het door zowel rijk als arm wordt gekocht. De verse (planten) zijn duurder, wat overblijft is goedkoper. [Zelfs!] bejaarden malen het in een malertje zodat ze erop te kunnen kauwen. Het effect ervan is dat het vermoeidheid wegneemt stimulerend [opwekkend] werkt. Omdat de plant een wat pittige en bittere smaak heeft proeft voor hun het zoutige water van die streek (zo zoet) als siroop.

pagina 306.

Tekening van ‘qat’ door Mustafa Hami.