Invloeden van de Ottomaanse rechtspraak op de Republiek Turkije
Door: TalhaYıldız 

De scheiding der machten, ook bekend als de trias-politica, die de scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in een staatsinrichting uitdrukt, is voor velen een welbekend gegeven. Wat betreft de rechterlijke macht kent ieder land een gerechtelijke hiërarchie. Zo kan een rechtzoekende die het niet eens is met de uitspraak van een rechter in een straf- of civiele zaak, in Nederland respectievelijk in hoger beroep gaan bij het Gerechtshof en cassatie aantekenen bij de Hoge Raad. Inzake bestuursrechtelijke zaken is de Raad van State de hoogste bestuursrechter.

Vergelijkbare rechtsorganen treft men vandaag de dag ook in de Republiek Turkije, waar de Yargıtay het equivalent is van de Hoge Raad en de Danıştay die van de Raad van State. Gezien in 1926, drie jaar na oprichting van Republiek Turkije, het islamitische recht volledig is afgeschaft en vervangen is door een rechtssysteem dat is geïnspireerd door dat van verschillende Westerse landen, heerst bij velen de perceptie dat de republiek een compleet nieuwe rechterlijke organisatie heeft opgezet. Maar niets is minder waar. Immers, de republiek handhaaft tot op de dag van vandaag verschillende Ottomaanse rechtsinstanties. Zo is de basis van de twee rechtsinstanties die hierboven zijn genoemd al in het Ottomaanse rijk gelegd en heeft de republiek deze, al dan niet na invoering van hervormingen, gehandhaafd. Om de lezer inzicht te geven over de invloed van de Ottomaanse rechtspraak op deze twee hedendaagse Turkse rechtsinstanties zal ik de historische achtergrond van deze twee instanties nader beschouwen.

Periode van hervormingen: Tanzimat
De economische en militaire expansie van Europa in de 17e en 18e eeuw leidde binnen het Ottomaanse Rijk tot felle en langdurige discussies over de maatregelen die moesten worden genomen om de verdere verbrokkeling van macht tegen te houden. Terwijl hervormingsgezinden pleitten voor hervormingen naar Europees voorbeeld stonden de zogeheten traditionelen minder open voor dergelijke veranderingen. De hervormingsgezinden  begonnen geleidelijk de boventoon voeren in dit debat, waarna uiteindelijk in 1839 een drastisch hervormingsprogramma onder de naam ‘Tanzimat’ werd aangekondigd. Het primaire doel van de Tanzimat was de hervorming van het staatsbestel op sociaal, politiek en juridisch vlak. Zo werd op juridisch vlak de rechterlijke organisatie naar Europees voorbeeld ingericht en werden diverse Westerse wetboeken eerst vertaald en daarna ingevoerd.[1]

Mustafa Reşid Pasha leest het ‘Edict van Gülhane’ voor, beter bekend als de ‘Tanzimat-hervormingen’

Hervormingsorgaan: Meclis-i Vâlâ-yı Ahkâm-ı Adliyye (مجلس والاي أحكام عدليّه)
Een jaar voor de aankondiging van de Tanzimat werd in 1838 de Meclis-i Vâlâ-yı Ahkâm-ı Adliyye opgericht. Initieel kreeg dit overheidsorgaan de taak om nieuwe regelgeving tot stand te brengen. Maar na aankondiging van de Tanzimat zou het een centrale rol gaan spelen bij de invoering van de nieuwe hervormingen. De Meclis-i Vâlâ was dus onder meer belast met de uitwerking van de Tanzimat-principes in wet- en regelgeving. Bovendien hield deze toezicht op de naleving ervan en viel ook de berechting van ambtenaren onder diens taken.[2]

Gaandeweg kwam men erachter dat de Meclis-i Vâlâ, ten gevolge van de diversiteit en intensiteit van diens werkzaamheden, niet in staat bleek al haar taken naar behoren uit te voeren.[3] Naar aanleiding van deze toestand werd in 1854 besloten om de wetgevende taak over te dragen aan een nieuw overheidsorgaan, de Meclis-i Âlî-i Tanzîmat.[4] Maar omdat het duaal bestaan van twee hervormingsorganen enige chaos met zich meebracht besloot men in 1861 om deze wederom te herenigen onder de Meclis-i Ahkâm-ı Adliyye.[5] Daarbij werd besloten dat de instantie uit drie afdelingen zou bestaan: een administratieve, een wetgevende en gerechtelijke afdeling.[6]

Opsliting in twee rechtsinstanties
In 1868 werd besloten om deze instantie dan toch op te splitsen in de Şûrâ-yı Devlet en de Dîvân-ı Ahkâm-ı Adliyye. Ten aanzien van de achtergrond van dit besluit stelt Davison – verwijzend naar een uitspraak van Ahmet Cevdet Pasha[7] – dat Europese druk een belangrijke rol heeft gespeeld bij dit besluit. Sommige Europese staten hamerden er namelijk op dat de rechterlijke macht moest worden gescheiden van de wetgevende- en uitvoerende macht. Ottomaanse bureaucraten zoals Fuad en Midhat Pasha stonden ook open voor deze suggestie. Tijdens zijn reis door Europa maakte sultan Abdülaziz in Frankrijk en Oostenrijk kennis met de werkwijze van de Raad van State. Na zijn terugkeer stemde hij in met de oprichting van de twee eerder genoemde instanties, waarvan de functies verderop zullen worden toegelicht. Dit besluit zou een verdere uitbouw van de scheiding tussen rechterlijke, wetgevende- en uitvoerende macht realiseren.[8]

Het logo van de Yargıtay schrijft diens oorsprong toe aan het jaar 1868, lang voor de stichting van de Republiek Turkije

De eerste rechtsinstantie werd onder leiding gebracht van Midhat Pasha en de tweede onder die van Ahmet Cevdet Pasha. Beide rechtsinstanties zouden tot het einde van het Ottomaanse Rijk hun bestaan voortzetten en vormen de basis van de hedendaagse Danıştay (Raad van State) en Yargıtay (Hoge Raad).[9]

Şûrâ-yı Devlet (شوراى دولت)
Deze rechtsinstantie werd naar voorbeeld van de Franse Conseil d’Etat (Raad van State) opgericht en was onder meer belast met de voorbereiding en interpretatie van wet- en regelgeving, de berechting van ambtenaren, de beslechting van geschillen tussen overheidsorganen en ambtenaren, de beslechting van geschillen tussen overheidsorganen en burgers en het verstrekken van advies aan de sultan en zijn ministers.[10] Aan de Şûrâ-yı Devlet werden gaandeweg wel nieuwe bevoegdheden toegekend (en ook bepaalde bevoegdheden ontnomen), maar na de oprichting van de republiek werd deze nooit ontbonden. Pas in 1940 zou deze rechtsinstantie de huidige naam krijgen, waardoor we deze nu kennen als de Danıştay.[11]

Dîvân-ı Ahkâm-ı Adliyye (ديوان احكام عدليه)
In tegenstelling tot de Şûrâ-yı Devlet zou deze rechtsinstantie enkel functioneren als een hogerberoepsrechter in civiele- en strafzaken. Hoewel in de islamitische geschiedenis wat zichtbare sporen zijn die wijzen op de aanwezigheid van het concept van een hogerberoepsrechter, bestond in de islamitische wereld geen permanent Hof van Cassatie.[12] Dat is veeleer een ontwikkeling die pas eind 18e eeuw in West-Europa zou ontstaand.[13] In die zin kan de oprichting van een hogerberoepsrechtbank in het Ottomaanse Rijk als een nieuwe ontwikkeling worden beschouwd. Ook deze rechtsinstantie zou na de oprichting van de republiek niet worden ontbonden en pas in 1945 de huidige naam krijgen: de Yargıtay.[14]

De bekende Ottomaanse politicus Midhat Pasha stond aan het hoofd van de Şûrâ-yı Devlet

Tot slot
De historische achtergrond van de Danıştay (Raad van State) en Yargıtay (Hoge Raad) in de hedendaagse Republiek Turkije, laat zien dat de republiek, ondanks de complete afschaffing van het islamitische recht in 1926, tot op de dag van vandaag twee belangrijke rechtsinstanties heeft gehandhaafd. Dit geldt overigens niet slechts voor rechtsinstanties. De huidige republiek heeft op politiek vlak onder meer een parlement en verschillende politieke partijen van haar voorgaande staatsvorm geërfd. Bekende artsen, juristen, historici en andere academici die vormgaven aan wat de republiek vandaag de dag is brachten een belangrijk deel van hun leven door in het Ottomaanse rijk. Van het onderwijssysteem tot universiteiten, van financiële instellingen tot de bestuurlijke bureaucratie, slechts weinig kan worden bestudeerd zonder terug te gaan naar een ontstaansgeschiedenis die zijn oorsprong kent uit de Ottomaanse tijd.[15] De oprichting van de nieuwe republiek bracht inderdaad een radicale breuk met het religieuze karakter van het land met zich mee. Maar hoe graag sommigen ook willen geloven dat er een compleet nieuwe staatsinrichting is opgezet, wordt het toch steeds duidelijker dat het huidige Turkije in veel opzichten kan worden beschouwd als een institutionele voortzetting van het eeuwenoude Ottomaanse rijk.

 

Over de schrijver
Mr. TalhaYıldız (geb. 1990) studeerde Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Tilburg. Hij koestert een grote interesse voor de rechtsontwikkelingen die in het laat-Ottomaanse rijk hebben plaatsgevonden. Bovendien schrijft hij maandelijks opiniestukken voor de krant Doğuş.

 


[1] Zie hierover http://hadaarah.nl/2017/08/02/de-afschaffing-van-het-islamitische-recht-in-turkije/; zie voor een uiteenzetting T. Yildiz, Op zoek naar de sporen van de Code Civil in de Mecelle, Niet-gepubliceerde Master-these, Tilburg 2015, 19-20; T. Yıldız, ‘Kanunlaştırma Hareketlerini Tetikleyen Sebepler Açısından Mecelle ile Code Civil’in Mukayesesi’, Uluslararası Mecelle Sempozyumu, Türkçe Tebliğleri Elektronik Kitabı, Ankara 2017, 651-654.
[2] R. Davison, Reform in the Ottoman Empire (1856-1876), Princeton 1963, 239; A. Akyıldız, ‘Meclis-i Vala-yı Ahkam-ı Adliyye, DİA, XXVIII, Ankara 2003, 250-251; M. Akif Aydın, Türk Hukuk Tarihi, Istanbul 2014, 422; A.H. de Groot, ´Het dualisme in het recht van het Ottomaanse rijk´, Recht van de Islam, 12 (1994), 12; M.A. Yalçınkaya & İ. Yılmazçelik, “Yeniden Yapılanma”, Osmanlı Tarihi El Kitabı, Ankara 2016, 495.
[3] A. Akyıldız, ‘Meclis-i Vala-yı Ahkam-ı Adliyye, DİA, XXVIII, Ankara 2003, 250.
[4] A. Akyıldız, ‘Meclis-i Vala-yı Ahkam-ı Adliyye, DİA, XXVIII, Ankara 2003, 251; R. Davison, Reform in the Ottoman Empire (1856-1876), Princeton 1963, 239.
[5] A. Akyıldız, ‘Meclis-i Vala-yı Ahkam-ı Adliyye, DİA, XXVIII, Ankara 2003, 251.
[6] R. Davison, Reform in the Ottoman Empire (1856-1876), Princeton 1963, 239; S.J. Shaw & E.K. Shaw, History of the Ottoman Empire and Modern Turkey, Cambridge 1988, II, 79.
[7] E. Mardin, Medeni Hukuk Cephesinden Ahmet Cevdet Paşa, Ankara 1996, 58-60.
[8] R. Davison, Reform in the Ottoman Empire (1856-1876), Princeton 1963, 240.
[9] A. Akyıldız, ‘Meclis-i Vala-yı Ahkam-ı Adliyye, DİA, XXVIII, Ankara 2003, 251; A. Akyıldız, ‘Şura-yı Devlet, DİA, XXXIX, Ankara 2010, 236; M. Akif Aydın, Türk Hukuk Tarihi, Istanbul 2014, 422; R. Davison, Reform in the Ottoman Empire (1856-1876), Princeton 1963, 240; A.H. de Groot, ´Het dualisme in het recht van het Ottomaanse rijk´, Recht van de Islam, 12 (1994), 12; S.J. Shaw & E.K. Shaw, History of the Ottoman Empire and Modern Turkey, Cambridge 1988, II, 80; I. Ortaylı, İmparatorluğun En Uzun Yüzyılı, Istanbul 2014, 170.
[10] A. Akyıldız, ‘Şura-yı Devlet, DİA, XXXIX, Ankara 2010, 236-237; M. Akif Aydın, Türk Hukuk Tarihi, Istanbul 2014, 423; R. Davison, Reform in the Ottoman Empire (1856-1876), Princeton 1963, 241; S.J. Shaw & E.K. Shaw, History of the Ottoman Empire and Modern Turkey, Cambridge 1988, II, 80.
[11] A. Akyıldız, ‘Şura-yı Devlet, DİA, XXXIX, Ankara 2010, 238.
[12] Zie M.H. Kamali, ‘Appellate Review and Judicial Independence in Islamic Law’, Islamic Studies, Vol. 29, No. 3 (1990), 215-249.
[13] Zie R. Lesaffer, Inleiding tot de Europese Rechtsgeschiedenis, Leuven 2008, 430-431.
[14] https://www.yargitay.gov.tr/sayfa/tarihce/563
[15] I. Ortaylı, İmparatorluğun En Uzun Yüzyılı, Istanbul 2014, 37.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *