Document: moslimbevolking van Burma helpt behoeftige Ottomanen

Bronvertaling door Ömer Koçyiğit
Inleiding door Kasım Tekin 

Inleiding

De moslimbevolking van het overwegend Boeddhistische Myanmar [het vroegere Burma] wordt al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw systematisch onderdrukt. Na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië werden de islamitische Rohingya aangewezen als zondebok. Ze werden ‘statenloos’ en leden regelmatig aan geweldsuitbarstingen door zowel het leger als de gewone bevolking. Hoewel er lange tijd geen of nauwelijks internationale aandacht was voor de pogroms krijgt met de nieuwe vlaag van geweld het Rohingya-drama steeds meer media-aandacht. De grote vluchtelingenstroom naar buurland Bangladesh is niet ongezien gebleven en tientallen hulporganisaties, zoals de Nederlandse as-Salaamah wal’Adaalah [salaamah.nl], zetten zich in om de slachtoffers en nabestaanden te voorzien in hun basisbehoeften.

Maar er is één land dat zich net wat extra lijkt in te zetten voor het welzijn van de Burmese moslims. Turkije heeft beloofd Bangladesh te steunen met de opvang van vluchtelingen. First Lady Emine Erdoğan[1] bezocht vluchtelingenkampen in de regio en er is extra staatssubsidie vrijgemaakt om de Rohingya te helpen.[2] Waarom? ‘Want een eeuw later is het tijd om iets terug te doen’, aldus de Turkse president R.T. Erdoğan.[3]

In dit document volgt een vertaling van een interessant Ottomaans document, te vinden in de Presidentiële Archieven van de Republiek Turkije.[4] Het document laat zien dat de moslimbevolking van Burma in 1913 geld inzamelde om de islamitische nabestaanden en slachtoffers van oorlogen in het ‘westen’ een hart onder de riem te steken. Eerst kort iets over de bron en de context.

Over de bron

In 1913 bevond de wereld zich aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Het Ottomaanse rijk had niet lang daarvoor een staatsgreep achter de rug en leed hevige verliezen tijdens o.a. de Balkanoorlogen. In de voorgaande vijftig jaar was onder Moslims in verschillende delen van de wereld een groot gevoel van binding ontstaan met het Ottomaanse rijk. Van India tot Nederlands-Indië en zelfs in Noord-Afrika ontpopten zich regelmatig initiatieven om de Ottomanen te steunen. Zo ook onder de moslims in Burma. In dit korte document is te lezen dat een Ottomaanse minister melding maakt van een donatie die door twee plaatselijke initiatiefnemers van de Burmese Rode Maan [gelijk aan het initiatief van het Rode Kruis in de christelijke wereld] is overhandigd aan het Ottomaans deelconsulaat in Rangoon, Burma. Het ‘krachtige’ geldbedrag was bedoeld voor de nabestaanden van de crises die op dat moment gaande waren. Het gaat hier waarschijnlijk om de Balkanoorlogen. Het bedrag van ‘220 Engelse Lira’s’ is voor die tijd een behoorlijk bedrag met een omgerekende waarde van £23100[5] en dus €25.687[6] in 2017. Daarbij moet in gedachte worden gehouden dat dit een burgerinitiatief was van moslims die zelf ook onder koloniaal bewind leefden [in dit geval dat van Groot-Brittannië]. De minister in kwestie vraag zijn meerdere – de Grootvizier – toestemming om het naar het Ministerie van Financiën overgeboekte bedrag uiteindelijk in ontvangst te mogen nemen [om het te besteden aan degenen voor wie het bedrag bedoeld was].

Lees verder voor de details en de exacte vertaling van het transcript in het Ottomaans en het hedendaagse Turks [door Ömer Koçyiğit], en verderop in het Nederlands [door Kasım Tekin].

Het document vermeldt dat de moslims van Burma [Burma ahâli-i İslâmiyesi] een groot geldbedrag hadden overhandigd aan de Ottomaanse diplomaten in Rangoon. Scroll naar beneden voor de volledige grootte.

Details van het document

Vindplaats: T.C. Başbakanlık Devlet Arşivleri Genel Müdürlüğü [Presidentiële Archieven van de Republiek Turkije]
Genoteerde samenvattende titel: Burma Hilal-i Ahmer Cemiyeti rüesasından Molla Abdürrahim ve Abdurrahman tarafından mücahidin-i islamiyenin eytam ve eramiline hediye olunan meblağa aid çekin arkasına Maliye Nezareti emrine tesviyesi işaret ve imza edilerek gönderildiğinden gerekenin ifası. (Hariceye; 307335)
Plaats in het archief: 4181 – 313547
Genoteerde datum document: H-05-07-1331
Volgnummer: BEO. (00)4181,313547.(00)2

Link naar het dossier: https://katalog.devletarsivleri.gov.tr/Pages/eSatis/OnIzlemeVeSiparisAyarlama.aspx?ItemId=22269187&Hash=600BE569D566E8FE199B474DE0DA82C9421ACE3E365BA43F6CBF99F4FCBCB3A5&A=2 


Het document


Hulâsa

Bâb-ı Âlî
Hariciye Nezareti
Muhasebe Şubesi
Aded-i Umumi: 33301
Aded-i Hususi: 350

Huzûr-ı Sâmî-i Cenâb-ı Sadâret-penâhîye

Mâruz-ı Çâker-i Kemîneleridir

Mücâhidîn-i İslâmiye’nin eytâm ve erâmili menfaatine olarak Burma ahâli-i İslâmiyesi Hilâl-i Ahmer Cemiyeti Rüesâsı Molla Abdurrahim ve Abdurrahman nam zevât tarafından ihdâ olunup nâm-ı âli-i fahîmânelerine muharrer iki yüz yirmi İngiliz lirasını nâtık çek Rangon fahrî şehbenderliğinden bi’l-vürûd leffen huzûr-ı sâmî-i devletlerine takdim kılınmış olmağla mezkûr çekin Maliye Nezâret-i Celîlesi nâmına ciro edilerek savb-ı âcizâneme iâre buyurulması bâbında emr ü fermân hazret-i men lehü’l-emrindir.

Fi 27 Mayıs sene 1329 (9 Haziran 1913)

Hariciye Nazırı
Mehmed Said


Özet

Bâb-ı Âlî (Yüce Kapı)
Dış İşleri Bakanlığı
Muhasebe Şubesi
Genel Sayı: 33301
Özel Sayı: 350

Yüce ve şerefli Sadrazamlık Makamına

Değersiz kulunuzun (kölenizin) isteğidir.

İslam savaşçılarının yetim ve dulları yararına, Burma (Myanmar) Müslüman halkı Kızılay Cemiyeti başkanları Molla Abdurrahim ve Abdurrahman isimli kişiler tarafından hediye edilen, kudretli, yüce isim adına yazılı 220 İngiliz parası (sterlin), çek halinde Rangoon (Yangon) fahrî konsolosluğundan ulaştırılmıştır. Ek olarak yüce devlet makamına sunulmuştur. Bahsedilen çekin Maliye Bakanlığı adına devredilerek tarafıma verilmesi için emir ve ferman, siz yüce emir sahibinindir.

Rumi: 27 Mayıs sene 1329 (Miladi: 9 Haziran 1913)

Dış İşleri Bakanı
Mehmed Said (Halim Paşa)


Samenvatting

Bâb-ı Âlî*
Het ministerie van Buitenlandse Zaken
Afdeling financiën/boekhouding
Algemeen nummer: 33301
Specifiek nummer: 350

 

Aan de verheven en hooggeëerde post van de Grootvizier

Het verzoek van uw waardeloze dienaar [slaaf].

Als [nood]hulp aan de wezen en weduwen van de islamitische strijders [Mücâhidîn-i İslâmiye] is door de leiders van de Rode Maan-gemeenschap van de moslimbevolking van Burma [Burma ahâli-i İslâmiyesi], twee personen genaamd Molla Abdurrahim en Abdurrahman, aan het fahri-consulaat** in Rangoon een krachtige check overhandigd van tweehonderdtwintig Engelse lira’s [sterling]. Dit is vervolgens aan de verheven staatspost overhandigd. Het is aan u als grootse bevelgever om het edict uit te vaardigen dat de check in kwestie uit naam van het Ministerie van Financiën doet overdragen en bij mij terecht doet komen.

Dagtekening: 27 mei, jaar 1329 [Gregoriaanse jaartelling: 9 juni 1913]

Minister van Buitenlandse zaken
Mehmed Said [Halim Paşa]


Einde document


* Bâb-ı Âlî: [Letterlijk vertaald: Grootse Deur] Het politieke hoofdkwartier van het Ottomaanse bestuur. De naam werd sinds de regeerperiode van sultan Abdulhamid (1774 – 1789) I gebruikt.
** Een [meestal gedeeld] consulaat van een land dat te weinig geld of belangen heeft om ergens een groot eigen consulaat te openen.

Scan van het document: 


[1]https://www.dailysabah.com/diplomacy/2017/09/07/turkeys-first-lady-arrives-in-bangladesh-to-visit-rohingya-refugee-camp, Geraadpleegd op 11 september 2017.
[2] http://www.yenisafak.com/gundem/cumhurbaskani-erdogan-halka-hitap-ediyor-2789969
[3] http://m.milliyet.com.tr/amp/arakanli-muslumanlarin-osmanli-ya-siyaset-2514497/
[4] https://www.devletarsivleri.gov.tr/
[5] http://inflation.stephenmorley.org/
[6] https://www.wisselkoers.nl/

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *